Gaia logica

Artikelen

Kees Zoeteman

GAIA LOGICA
Een nieuwe manier om met de aarde om te gaan

Voorwoord door Wouter van Dieren, lid van de Club van Rome

In april 2009 verscheen een belangrijk boek over een nieuwe omgang met de aarde gebaseerd op inzicht en moraliteit. Het voorwoord door Wouter van Dieren beschrijft de grote lijnen.

Gaia logica is een schitterend boek, een groots vervolg op het in l988 verschenen Gaiasofie, ook van Kees Zoeteman. Op zoek naar metaverklaringen voor de verstoringen op Aarde komt hij uit bij de vijf Griekse natuurelementen: aarde, water, lucht, vuur en het zelden of nooit begrepen vijfde element, de kwintessens, ook wel de ether genoemd.

De Aarde en Zon zijn één groot regelmechanisme, een enorm systeem dat is opgebouwd uit deze natuurelementen. Milieuverstoringen dienen we te begrijpen in hun relatie tot deze natuurelementen, en doen we dat niet, dan lopen we het risico de Aarde zelf als levend totaalorganisme te ontregelen. Uit de vijf natuurelementen ontwikkelt de schrijver de leer van de zeven elementensferen, op basis waarvan hij een moreel concept voor de duurzaamheid neerzet.

Gaia logica zet gangbare fysica, biologie, ecosysteemtheorie, milieuchemie en andere relevante wetenschappen niet zozeer alleen in een nieuw, maar in een ander paradigma, met als doel door te dringen in het raadsel van de onmetelijke krachten die de mensheid weet los te maken. De mens, die eeuwenlang op de kleine schaal van huis, haard en akker intervenieerde, maar dat nu doet in planetaire en universele dimensies.

Met de gangbare wetenschappen kunnen we begrijpen hoe we het klimaat veranderen of de oceaan vergiftigen. Met een gaialogische benadering kunnen we wellicht begrijpen hoezeer het totale regelsysteem van Aarde en Zon wordt aangetast en moet worden beheerd.

Toen ik het zogenaamde World III-model van Forester en Meadows voor het eerst onder ogen kreeg (december 1970, Boston), overviel mij een gevoel van een hevige herkenning: hier vielen plotseling de stukjes van een enorme puzzel op hun plaats. World III is een cybernetisch-dynamisch model dat de stromen tussen kapitaalvoorraden en de exploitatie daarvan in kaar brengt. Het beschrijft de wereldeconomie als een regelsysteem, zoals Zoeteman dat doet met Gaia zelf, de moeder van alle leven, en de drager daarvan.

Zijn verhaal geeft mij een soort tweede herkenning: nu valt de rest van de puzzel op z’n plaats. Voor sobere wetenschappers is verbeeldingskracht buiten de door onszelf als wetenschappers gestelde grenzen van dit boek niet geschikt. Als je niet bereid bent je open te stellen voor theorievorming en waarneming en hypothese, dan kom je niet toe aan het verhaal van een evolutie die grootser is dan die van Darwin. Dit heeft te maken met onze onwetendheid over de elementensferen, die wij koesteren omdat we ons sinds Aristoteles, Newton en Descartes hebben afgesloten voor kennis, waarnemingen en openbaringen die niet passen in de verlichte wetenschap.

De rangorde die Zoeteman aanbrengt tussen deze elementensferen en de thema’s van de verstoring maakt duidelijk dat wij met het duurzaamheidbeleid (en ex-aequo de economie...) op verschillende niveaus zouden moeten opereren, waar we nu kennelijk alles door elkaar halen.

Deze indeling kan niet zonder een handelingsperspectief. De schrijver komt dan ook met een serie ‘duurzaamheidhoudingen’ die behalve door het inzicht in de levenssferen ook door keuzes voor moraliteit worden ingegeven. Zonder morele codes kan de mensheid de Aarde niet begrijpen noch besturen. De elementensferen nopen tot morele codes op parallelle schaalniveaus.

De vaste elementensfeer (de eerste) eist dat de mens de Aarde tot een kunstwerk kan en moet maken. Ik heb mij altijd verbaasd over het vermogen van architecten en bestuurders om zoveel lelijkheid te scheppen. De aarts-tekton ofwel arch-tect is diegene die ooit in het geheim van de Gulden Snede werd ingewijd, en waar die wordt toegepast ontstaat harmonie. En omgekeerd.

De vloeibare sfeer (de tweede) gaat over het nabuurschap dat we moeten betrachten bij het waterbeheer van vooral rivieren, omdat de stroom per definitie gemeenschapszin vereist, zoals ook de gemeenschappelijke polder dat doet of de Commons, de Meent.

De elementensfeer van het gasvormige (de derde) gaat in de woorden van Zoeteman over het collectieve belang van de ‘bezielende ademruimte’. Ook hier derhalve de Meent, maar dan niet aards, en lokaal, doch grensoverschrijdend en continentaal.

De warmteverschijnselen van de vierde sfeer veronderstellen dat we ‘hartwarmte’ over de wereld verspreiden in plaats van CO2, wat niet zo zweverig is als je op het eerste gezicht zou denken. Kooldioxide is een gas van de duisternis; de broederschap der mensheid wordt verbonden door contact, dat je ook in fysische, biologische termen zou kunnen omschrijven.

In de lichtethersfeer of ionosfeer verwacht Gaia dat mensen waarheid communiceren.

De exosfeer vereist preventief handelen om de grote aardeprocessen te beschermen (zoals bijvoorbeeld de warmtepomp van de oceanen of de mondiale regelfunctie van het tropisch regenwoud).

En tenslotte vereist de magnetosfeer of de levensether terughoudendheid: er zijn morele grenzen gesteld aan de wellicht onbegrensde potenties van de mens om alles te beïnvloeden, inclusief het universum zelf.

Deze schaalniveaus en de daarmee verbonden morele codes worden door Zoeteman ten slotte vertaald naar vijf duurzaamheidhoudingen, in een oplopende rangorde te rangschikken.

Hier wordt het boek heel concreet, en valt de puzzel helemaal op z’n plaats. De lezer heeft een reis door de tijd, door het heelal en de wetenschap gemaakt, en komt nu thuis.
In een prachtige apotheose komt de schrijver tot gefundeerde pleidooien voor ontwikkeling en samenwerking, die vele stappen verder gaan dan wat wij nu kennen als beleid, politiek, economie en bestuur.

Ik heb het boek ademloos en soms met moeite gelezen, want het is geen eenvoudige leesstof, ondanks de inspirerende, visionaire vlucht die het neemt.

Gewenning aan de scepsis van de wetenschappelijke empirie is hier debet aan. Als lezer voel je je bij herhaling gecorrigeerd door wat je langs gangbare academische weg zolang is ingewreven, en dat voelt onwennig en maakt argwanend.

Maar je geeft je gewonnen, en ik realiseer mij dat hier een belangrijk nieuw hoofdstuk voor het begrijpen van de Aarde werd geschreven.

Een Engelstalige versie zal de wereld veroveren, zoals ooit The Tao of Physics van Fritjof Capra dat deed, waarmee dit boek te vergelijken valt. Het gaat tenslotte om de noodzaak tegenover de enorme ontwikkelingen van de techniek een diepgewortelde innerlijke beschaving te ontwikkelen, waarbij de mens zich bewust is van zijn verantwoordelijkheden jegens anderen en tegenover Gaia zelf.