Peter Blom, directeur van Triodosbank

Artikelen

“Wij zijn er niet voor onszelf”

Van dienstweigeraar tot bankdirecteur:
Peter Blom van Triodosbank, combineert idealisme en ondernemerschap.
“Kijk door het geld heen.”

Annemarie Opmeer
Milieudefensie Magazine juni 2007

“Dingen laten groeien, daar ben ik altijd in geïnteresseerd geweest” zegt Peter Blom, directievoorzitter van Triodosbank. Iedere bankdirecteur had dat kunnen zeggen, maar Blom heeft het niet over zijn bank. Hij heeft het over de natuurvoedingswinkel en het koffiehuis waar hij dertig jaar geleden actief voor was, naast zijn studie. “Ik studeerde economie in Amsterdam, maar die studie vond ik veel te theoretisch. Ik wilde voelen wat het was om zaken te doen in de praktijk. Termen als duurzaam of maatschappelijk verantwoord ondernemen waren er niet, maar ik had wel idealen.” En die lagen op het vlak van biologische producten en een plek als het koffiehuis, waar mensen over maatschappelijke thema’s konden discussiëren. “Ik vond dat heel belangrijk en wilde zoiets dan ook economisch verantwoord doen. Want ondernemen, dat ken ik uit mijn jeugd: mijn vader had een eigen zaak.” Die combinatie tussen ondernemerschap en idealen blijft terugkeren in de loopbaan van Peter Blom. En het gesprek over zijn werk en leven laveert tussen aandeelhouders en haringvissers, de toekomst van de beurs en werken vanuit de inhoud.

Kraakpanden

De Amsterdamse natuurvoedingswinkel De Bast, waar Blom werkte, groeide en had financiering nodig. Stichting Triodos wilde helpen. “Het klikte, zij zagen wat in ons initiatief en ik zag wel wat in hun aanpak.” Zo kwam Peter Blom eind jaren ’70, als vrijwilliger bij bij Triodos terecht. Hij schetst de begintijd van de bank, eind jaren zeventig. Toen het nog helemaal geen bank was, maar een stichting die bemiddelde bij financieringen van alternatieve projecten. “Er was een scherpe scheidslijn tussen wat gangbaar was en het alternatief.”

Stichting Triodos hield zich bezig met de financiering daarvan: projecten die zich inzetten voor gezonde voeding, alternatieve geneeskunde of plekken waar jongeren konden discussiëren. “Toen kwam het punt dat ik in militaire dienst moest, maar ik wilde niet, ik was tegen de Koude Oorlog.” Voor zijn vervangende dienstplicht kon hij bij Triodos terecht. En daar is hij gebleven. “De mensen van Triodos kwamen niet uit die alternatieve wereld, dat waren gewone bankmensen met bepaalde idealen. Zo ben ik het bankwezen in gegaan, de kredietverlening.”

Zijn studie maakte hij niet af: “Ik heb nog lang gedacht ‘moet ik dat niet eens afmaken, dat hoort eigenlijk’, maar ik heb in het leven zoveel geleerd, daar kwam ik op een gegeven moment wel overheen.”

Kredietverlening - tenminste, zoals Peter Blom dat voor Triodos deed - was in die tijd wat anders dan nu. Alternatieve projecten vonden geld eigenlijk maar een vies woord, en ondernemerschap, daar moesten ze niets van hebben. Toch heeft hij veel van hen geholpen met kredieten. “Mensen zagen in ons niet de klassieke bank, die zagen geestverwanten, die ook nog iets van geld wisten. Ik heb veel in kraakpanden gezeten, om de tafel gezeten met groepen die hun pand wilden kopen. Dan had ik inhoudelijke discussies, over waarom ze het deden en hoe ze dat wilden.” Maar met wie hij ook werkte, altijd vroeg hij zich af: wat is de maatschappelijke meerwaarde? “Alleen al dat we dat vroegen! Geen bank vroeg dat. Ondernemers vonden dat fantastisch, dan kwam er een heel verhaal, want dát was waar ze eigenlijk mee bezig waren.” En, stelt Blom laconiek, als je eigenlijk niet expliciet kan maken wat je plan betekent voor het milieu, je medewerkers, je klanten, dan moet je ook bij de levensvatbaarheid van zo’n onderneming een vraagteken plaatsen. “Wij willen met alles wat we financieren, dat de maatschappij erop vooruit gaat. Dus niet alleen, wat heerlijk die passie, maar ook: dat is belangrijk, vanuit een zakelijk oogpunt.”

Haring

In feite, zegt Blom, is Triodos Bank nauwelijks veranderd, de waarden van waaruit hij werkt zijn al die jaren hetzelfde gebleven. Wel ziet hij een verschuiving in het type projecten dat aanklopt voor financiering. “Je ziet dat veel mensen die vroeger gangbaar bezig zijn geweest, nu het besluit nemen het anders te doen. Je hebt daar twee categorieën in: allereerst de opportunisten die een nichemarkt zien. Een gevaarlijke categorie, zeg ik altijd maar. Nu is dit een aantrekkelijke nichemarkt, maar als het even tegen zit, gaan ze dan nog door? En dan zijn er de mensen voor wie het een persoonlijk besluit is, van ‘ik wil niet langer op deze manier bouwen, landbouw bedrijven’. Die groep groeit gelukkig sterk. En aan de andere kant zie je de mensen die, zeg maar, de sociale academie hebben gedaan en dan een natuurvoedingswinkel beginnen. Die groep neemt af. Maar ook dáár zie je mensen die zich verder ontwikkelen en de mensen die het ondernemerschap ontdekken. En die zijn ontzettend succesvol.“

Duurzaam ondernemen wordt dus steeds professioneler en de rol van de bank verandert daarmee. “Vroeger moesten we duidelijk maken dat er in de alternatieve wereld ook echt een zakelijk alternatief bestond. Nu is duurzaamheid 'in' maar er wordt veel met mooie woorden gestrooid, dus nu stellen wij de vraag wat duurzaamheid eigenlijk inhoudt.”

Duurzaam bankieren, daar hoopt hij een voorbeeld in te zijn geweest. Dat een bank als de Rabobank zich nu druk maakt om het klimaat, vindt hij geen concurrentie, maar onderdeel van het succes van Triodos. “Ik denk dat we, doordat wij ons daarin hebben ontwikkeld, hebben laten zien wat duurzaam bankieren kan betekenen. Het gaat bij de grote banken stapje voor stapje, en dat moet je waarderen.
Maar…” voegt hij er uitdrukkelijk aan toe, over de Rabobank: “ze zijn géén voorhoede.”

Over concurrentie maakt hij zich eigenlijk opvallend weinig druk, voor een ondernemer.

Ook ASN, de ‘andere’ groene bank, behandelt hij genuanceerd. “Triodos is zelfstandig. ASN is onderdeel van de SNS-groep, waar ASN een mooi groen label van is.” Hij hoopt vervolgens dat ASN daar de bovenstroom wordt. En ook al spreekt hij liever over ‘collega’s’ dan ´concurrenten´, hij vindt de twee banken eigenlijk onvergelijkbaar: “ASN is begonnen als spaarbank. Dan beleg je vaak in relatief risicoloze zaken als obligaties. Overigens met hele goeie criteria, daar zijn ze echt goed in.”

Triodosbank zit van oudsher juist in de kredietverlening. Een heel andere zaak, vindt Blom. “Daar kom je weerstand tegen. Daar kun je fouten maken. Echte vernieuwing zit wat mij betreft in de kredietverlening.” En dan is het jammer als het misgaat.

“Er is één initiatief waarvan ik het nog erg jammer vind dat het fout is gelopen. Dat was een Scheveningse visser. Hij had een boot en hij had een plan om haring te vangen zonder bijvangst, heel duurzaam, en ze ouderwets met zout te conserveren, voor de smaak. ‘Integraal ketenbeheer’, vijftien jaar terug! En dat is niet gelukt. Die echte ‘groene’ haring, daar was het te vroeg voor. Ik vond het óntzettend jammer, want ik zag daar wat in.”

En als álle banken nu duurzaam gaan? “Dan kunnen we onszelf opheffen,” zegt hij lachend. “We zijn er niet voor onszelf, wij zijn er om iets maatschappelijk te realiseren.”

Waan van de dag

In de tuin van het enorme gebouw van Triodos in Zeist staat een groot wit bord: “Niet te koop”. Reclame voor de nieuwste emissie certificaten van aandelen. Geen aandelen, dus, maar certificaten van aandelen. “Om de waarden van de bank te beschermen” zegt Peter Blom. “Daarom ook de slogan ‘níet te koop’. Aanvankelijk bedachten we ‘te koop’, maar alles lijkt in deze tijd wel te koop, en wij vinden dat een onderneming met waarden dat eigenlijk niet moet zijn.” Triodos is niet beursgenoteerd.

De certificaten van aandelen zijn, in tegenstelling tot aandelen met beursnotering, op naam en niet anoniem te kopen of verkopen. “Dus je moet je bij ons melden om ze te kopen. En wij kunnen zeggen, ‘we willen u niet’.” Dat lijkt een beschermingsconstructie. ”Dat ís het ook, maar niet om het management te beschermen, maar de waarden van de bank.”

Erg actueel, nu bij de verkoop van ABN-AMRO de macht van aandeelhouders pijnlijk duidelijk wordt: die hebben liever de hoogste bieder, en dat mag, onder andere dankzij de Code Tabaksblat, de gedragcode voor beursgenoteerde bedrijven. Blom vraagt zich daarom af of beursgenoteerd zijn en duurzaamheid wel echt te combineren zijn. Aandelen kunnen van eigenaar verwisselen, zonder dat je het in de gaten hebt. “Je staat in de stuurhut je kijkt vooruit als ondernemer, en via de achterdeur komen er mensen binnen, die leggen een hand op je schouder en zeggen: beste vriend wij gaan nu naar links.”

Misschien, vindt hij, is dat risico te groot. Goed voor een onderneming is het in ieder geval niet. ”Omdat ze beursgenoteerd zijn, moeten bedrijven eindeloze discussies hebben met partijen die zij als aandeelhouders binnen hebben gelaten. Dat geeft allemaal verkeerde energie, dat verbetert ondernemingen ook helemaal niet. Het roept vooral veel hebzucht op. Dat spel, dat voegt helemaal niets toe op het gebied van duurzaamheid.”

Daarom, vindt hij, moet je een zekere rust creëren op het gebied van aandeelhouderschap, zoals Triodos doet, zonder beursnotering, met certificaten op naam. “Wij hebben de voordeur open, zien welke mensen we binnenlaten.” Blom pleit verder voor een gedragscode die duurzaam aandeelhouderschap bevordert, en een marktmeester, die bij grote overnames het algemeen belang in de gaten houdt.

Wat gebeurt er als de top van Triodos een dubieuze afslag neemt? “Dan kan het administratiekantoor van onze stichting ons de laan uit sturen. En de stichting wordt weer benoemd door de certificaathouders. Daar zitten dus buffers tussen. Je moet de waan van de dag daaruit halen. En dat hoor ik in de huidige discussie over aandeelhouderschap nooit. De waan van de dag is echt het ergste dat je als ondernemer kan overkomen.” Eigenlijk vraagt Blom zich überhaupt af of zoiets als een beurs nog wel zal blijven bestaan, als genoeg mensen ervoor kiezen om via internet zelf een bedrijf te vinden en daarin te beleggen. “Dat is niet alleen maar theorie. Die beurs is ook maar een construct.”

Stemmen met de voeten

Via het ´meerwaardefonds´ doet Triodos wel mee in een selectie beursgenoteerde bedrijven. “We melden ons op de aandeelhoudersvergadering en geven verbeterpunten aan op duurzaamheidaspecten. Ook al hebben we weinig aandelen, onderschat daarvan niet de kracht. Wij spreken daar ook namens veel burgers, zo wordt dat echt gezien door bedrijven.” Maar het werkt niet altijd, geeft Blom toe. “Uiteindelijk stemmen wij met de voeten als we merken dat het bedrijf er niet op ingaat.”

Triodos vraagt bedrijven bijvoorbeeld om het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen ‘zoveel mogelijk tegen te gaan’. Iets dat lastig te controleren is. Toch haalden zij recent Unilever van de lijst van het meerwaardefonds. “Wij vonden dat ze onvoldoende antwoord gaven op onze vragen over hun beleid met betrekking tot gentech.” Door de duurzaamheidscriteria die de Triodos stelt, blijft ongeveer dertig procent van de beursgenoteerde ondernemingen over om in te beleggen. Daarmee haalt Triodos met zijn meerwaardefonds vervolgens een goed rendement. “Daarmee laat je zien dat duurzame bedrijven ook kwalitatief goede bedrijven zijn.” Maar het blijven wél bedrijven, zoals de auto-industrie, die per saldo vervuilen, ook al behoren ze in hun categorie tot de minst vervuilende groep. “Ik heb begrip voor mensen die dat vinden: aan dat soort ondernemingen zit altijd wel een vuiltje. Maar je kunt je niet isoleren. Wat we dagelijks dragen en gebruiken is ook afkomstig van die bedrijven. Laten we het dan positief maken, en die bovenste dertig procent sterker en duurzamer maken. En mensen die dat niet willen, die kunnen bijvoorbeeld het Groenfonds kiezen.”

Steiner

Triodosbank groeit, ook internationaal, met filialen in onder andere Spanje: “Daar is milieu nog vrij nieuw, het is vooral zonne-energie. Sociaal is daar veel belangrijker. Het is het enige land waar we een creditcard aanbieden.” In Duitsland: “Duurzame biomassa is daar erg in opkomst” Groot Brittannië, België en Nederland: “Wij zitten erg in de ‘groene’ hoek. Biologische landbouw.” Blom merkt dat de Nederlandse klant opvallend tweeslachtig is. “Nederlanders hebben die ‘dominee en de koopman’-mentaliteit. Hier doe ik iets goeds, en daar verdien ik geld.”

Triodos zelf kondigde onlangs aan het rendement op eigen vermogen, het geld dat certificaathouders hebben geïnvesteerd, te willen laten groeien van vijf naar zeven procent. Maar de certificaathouders van de bank lieten blijken zelf met al die groei niet onverdeeld blij te zijn. “Wat dat betreft zijn onze certificaathouders hele goeie waakhonden: word maar efficiënter maar niet ten koste van de inhoud. En dat is een fantastische situatie. Wat kan je je beter wensen als directie dan dat je op de inhoud wordt getoetst. Want op financiën, die eis stellen we onszelf wel.”

Zijn persoonlijke betrokkenheid, die is Peter Blom nog lang niet verloren. Zijn medewerkers neemt hij aan “op de Amerikaanse manier”, waarbij economie of financiën op de cv niet zo belangrijk zijn, maar wel de inhoudelijke betrokkenheid van sollicitanten. De nieuwe medewerkers worden vervolgens intern wel opgeleid. “Mensen zijn hier nooit komen werken om rijk te worden,” zegt hij erover. “Als je door het geld heenkijkt, met wat ermee gebeurt, dan is het iets met een enorme potentie. Dat trok mij ook in de financiële wereld."

Triodos begon ooit als een antroposofisch initiatief. In hoeverre is het gedachtegoed van Rudolf Steiner nog leidend voor bank en Blom? “Ach,” glimlacht Blom, “Gelukkig is er geen definitie voorhanden. Antroposofie is voor mij persoonlijk een belangrijke bron van inspiratie, maar niet de enige. Maar uiteindelijk is dat voor de bank niet zo van belang. En er is weinig in het werk van Steiner dat letterlijk toepasbaar is op wat we hier doen. Gelukkig maar! Godzijdank heeft hij nooit iets over bankieren geschreven. Want dan zaten we aan een doctrine vast. Ik vind het heel belangrijk dat mensen érgens inspiratie vandaan halen, en dat ze werken vanuit hun eigen waarden.”

Overgenomen uit: www.milieudefensie.nl/publicaties