Artikelen
Gedeeltes uit de 6e Stoutenburglezing door Herman Wijffels op 4 oktober 2003
Herman Wijffels in de
kapel van Stoutenburg
Het thema van deze lezing is: "oefenen in duurzaamheid". Wat kunnen mensen in hun verschillende kwaliteiten doen om
een duurzame samenleving dichterbij te brengen?
De opbouw is als volgt:
Duurzame ontwikkeling is op de korte termijn vooral een reactie op de scheefgroei in een voorgaande periode, waarin
de industriële maatschappij ontstond. Vanuit het langere termijn perspectief is er nu een breukpunt. De verhouding
tussen mens en natuur wordt opnieuw gedefinieerd. Vanuit de bewustzijnsverandering die dat met zich mee brengt worden
nieuwe ambities voor de 21e eeuw geformuleerd.
De scheefgroei die is opgetreden, is veroorzaakt door de industriële, beheersende omgang met de natuur, die niet
duurzaam blijkt. We roeien systematisch andere vormen van leven uit. Nu we er achter komen, dat de mens onderdeel is van
de natuur, en dat als alle zoogdieren zijn uitgeroeid, wijzelf hoogstwaarschijnlijk ook niet overleven, vindt een
kentering plaats in denken.
We zijn hier terechtgekomen door de denksprong van Descartes en Newton, die aan de basis staat van het industrieel denken over natuur. De stelling "ik denk, dus ik ben", stelde de mens in feite buiten de natuur. Newton bereikt met een observerende houding hooguit een deelverklaring van de werkelijkheid. De werkelijkheid zelf is te complex.
De combinatie van het buiten de natuur staan en de gebruikte onderzoeksmethoden leidde ertoe dat er te weinig naar de samenhang tussen verschijnselen is gekeken. Door het gebrek aan samenhang in het menselijk handelen is het leefsysteem van de aarde verstoord. Op dit moment in de tijd realiseren we ons dat deze manier van omgaan met de aarde op de lange termijn fout loopt. De op de houding van Descartes en Newton gebaseerde fase van maatschappelijke ontwikkeling loopt op zijn eind. Dat betekent dat de mensheid begint aan een nieuwe tijd, postmodern, postindustrieel. Wat het nieuwe wordt en brengt, is nog niet uitgekristalliseerd. We weten wel dat we aan het eind zijn van het huidige denken.
Er zijn twee punten die de start van de nieuwe fase markeren. Het Bruntlandtrapport "Our Common Future" zette duurzame ontwikkeling op de kaart. Vrijwel tegelijkertijd viel de muur. Dit was de ultieme vorm van het einde van beheersend omgaan met mensen en natuur. Vanuit dit keerpunt start het formuleren van nieuwe ambities, zoals een betere verhouding tussen mensen onderling wereldwijd en op kleine schaal en tussen mens en aarde. Dit zijn twee dimensies van duurzaamheid. In deze fase gaat het om kwaliteit. In de vorige, industriële, fase ging het om meer van alles, kwantiteit. In de afgelopen tijd gold economische groei = vooruitgang. We moeten nu kwaliteitsnoties gaan toevoegen aan ons ontwikkelingsconcept. Een interessant concept dat op meer plekken tevoorschijn komt is, dat de kwaliteit van onderlinge relaties steeds belangrijker wordt. Vanuit de filosofie is Koo van der Wal daarvan een exponent. Vanuit de wetenschap, de biologie en kwantumfysica wordt ook duidelijk dat de kwaliteit van een systeem afhangt van de kwaliteit van de relaties tussen de samenstellende delen binnen het systeem. De kwaliteit van een systeem wordt niet bepaald door de kwaliteit van de samenstellende delen. Het is te toevallig om toeval te zijn dat het toponderzoek in de wetenschap op terreinen als genetica, ecologie, biologie en fysica,ontdekt dat om een systeem te begrijpen je je moet concentreren op de relaties binnen het systeem. Men onderzoekt steeds meer de samenhang van systemen.
We komen tot de ontdekking dat de aarde één samenhangend leefsysteem is. De relaties tussen de delen van dit leefsysteem, bepalen zijn kwaliteit en leefbaarheid of overleven. Als de relatie tussen ons en andere delen van de wereld is verstoord, heeft dat ook gevolgen voor ons. Verstoringen op één plaats hebben globaal gevolgen.
Dit is een stap voorbij Descartes en Newton. Door de gespecialiseerde kijk op de werkelijkheid, zie je dingen niet.
Daardoor konden verstoringen allerlei onbedoelde onvoorziene effecten hebben, of we zagen niet dat er verstoringen
waren. Als de mens zich niet meer buiten de natuur stelt, zal hij zich ontwikkelen tot een (bewust) onderdeel van de
natuur, respectvol gebruik makend van natuurlijke hulpbronnen.
Zinvol leven, zoals het bedoeld is
Er ontstaat zo een nieuw waardepatroon, duurzame ontwikkeling. We ontwikkelen gaandeweg nieuwe opvattingen over de vraag wat goed leven is. We ontwikkelen antwoorden op de vraag wat in de komende tijd leven is zoals het bedoeld is, zinvol leven. Er zit een duidelijke spirituele dimensie in het antwoord op deze vraag. Ik zie als het nieuwe maatschappelijke project voor (de eerste decennia van) de 21e eeuw om te formuleren wat het is om mens te zijn in deze tijd. Theologe Sally McFague, die ik ook in de stukken van Stoutenburg tegenkom, probeert in haar werk dit antwoord te geven. Zij definieert spiritualiteit als het onderzoek naar wat het is om mens te zijn in de huidige context. Mens zijn is voor haar groeien in gevoeligheid voor jezelf, voor de ander, voor de niet-menselijke natuur en voor het mysterie dat dit alles omvat. Dit is groeien naar een nieuw waardepatroon.
Oude klassieke spirituele bronnen zoals de Bijbel gaven van het begin al een soortgelijke weg aan. Het begrip naaste is in de oorspronkelijke tekst weidegenoot. Daarin zit zowel de sociale, als de economische en de ecologische kant van het nomadisch bestaan in die tijd als eenheid verweven. Sociaal én economisch is, behandel je naaste zoals je zelf behandeld zou willen worden. Laat de weide achter zó, dat de volgende ook voedsel vindt voor zijn kudde. Economie en ecologie gaan hand in hand, geen uitputting, zorg. Het gaat om kwalitatief goede relaties met de mensen die na jou komen. Laat de weide achter zoals je hem zelf ook aan zou willen treffen. Het Christendom heeft gaandeweg de ecologische dimensie van het begrip naaste, die er in de oorspronkelijke tekst zeker was, op de achtergrond laten raken.
We zijn het nieuwe waardepatroon en het nieuwe maatschappelijke project nog aan het definiëren. Er is al redelijk wat bereikt. Van het Bruntlandt rapport via Rio de Janeiro, de eerste duurzaamheidsconferentie, en Johannesburg naar de Lissabon agenda ontwikkelen zich de wereldwijde definities van duurzaamheid. De nationale strategie voor duurzame ontwikkeling is vertaald in agenda 21 en het begrip Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, MVO. Het individu wordt aangesproken op duurzaam consumeren. Zo loopt de ontwikkeling van wereldwijd naar individueel. In deze chaotische situatie waarin het oude nog niet is vervangen door het nieuwe, zien we een fractalstructuur. Volgens de chaostheorie wordt de oude orde instabiel. De oude instituten verbrokkelen, maar zijn hardnekkig en taai. Uit chaos ontstaat nieuwe orde. De nieuwe structuren zijn eerst nog fragmentarisch. Zij vertonen echter een zelfde grondpatroon ook in de kleinste delen, als fractals.
We bevinden ons nog steeds in de aanloopfase. Oude benaderingen en structuren zijn taai en hardnekkig. Volgens de theorie van de padafhankelijkheid kan je de overstap naar nieuwe technologie pas maken als de oude installaties waarin geïnvesteerd is, zijn afgeschreven. Aangezien de afschrijvingstermijnen van de oude installaties in de procesindustrie 25 -30 jaar zijn, gaat het niet snel. Het gaat stap voor stap, maar er is gelukkig progressie. Het wordt wel spannend of het snel genoeg gaat. Ik ben er niet gerust op. Er zijn al heel wat beschavingen teloor gegaan door een niet duurzame omgang met en uitputting van natuurlijke hulpbronnen. In tegenstelling tot bij de teloorgang van de oude beschavingen van Eufraat en Tigris en Babylon, zijn er nu geen uitwijkmogelijkheden meer voorhanden. Er zijn nu 6 miljard mensen op deze aarde. Er is geen plek meer waar je naar toe kunt als het mis gaat.
Duurzame ontwikkeling is een open concept, een voortgaand zoekproces waarin we leren van ervaringen en proberen geleidelijk nieuwe inzichten toe te passen. Dit is met recht oefenen in duurzaamheid. Aan de hand van enkele willekeurige praktische voorbeelden schets ik hoopvolle tekenen van een duurzame toekomst.
Watermanagement: Heel lang stond watermanagement in het teken van beheersing door dijken. Het nieuwe watermanagement geeft sinds een paar jaar het water meer vrijheid en streeft naar een flexibele respons op zowel te veel als te weinig water. Gesproken wordt over overloopgebieden en retentiemogelijkheden. Er treedt een paradigmawisseling op. Door te kijken vanuit de tegenovergestelde richting kom je bij de nieuwe toekomst. Overigens is dat een goed bruikbare techniek. Bekijk een probleem in duurzame ontwikkeling vanaf de tegenovergestelde richting dan we gewend waren en je komt soms op verrassende inzichten.
Transities: Er zijn verschillende transities naar duurzaamheid gaande in sectoren van de samenleving. De landbouw, de energiehuishouding, biodiversiteit en het transport. De landbouw moet zijn oude kijk afleggen. Er vindt een overgang plaats naar duurzaamheid, zowel in de gangbare landbouw als in de overschakeling naar biologische landbouw.De ruilverkaveling oude stijl is een voorbeeld van achterhaalde landbouw.De landbouw gaat met de genade van de natuur meewerken in plaats van erboven en ernaast te staan.
De eindige fossiele energiebronnen worden vervangen door nieuwe systemen, die kleinschalig en decentraal zijn in plaats van grootschalig en centraal.
In transportsystemen zijn allerlei ontwikkelingen in duurzaamheid gaande van verlengde auto's tot multimodaal transport over weg, spoor en water. Hier speelt de kwaliteit van de relaties binnen het transportsysteem een rol.
Bio based: De wetenschap heeft ons een inzicht gegeven in de wetmatigheden van de economie die is gebaseerd op verbruik van eindige fossiele grondstoffen. Bij een nieuwe economie gebaseerd op nieuwe technologie, biomassa en zonne-energie, gelden wellicht heel andere wetten met meer perspectief. De bio based economy is de toekomst. We moeten wel kritisch blijven volgen of deze technologie en nieuwe economie beantwoordt aan het duurzaamheidsideaal. Door nanotechnologie wordt het mogelijk allerlei verbindingen, ter vervanging van fossiele grondstoffen, te vervaardigen.
Respect voor het bestaande: Hele wijken verrijzen op dit moment die duurzaam zijn ontworpen en gebouwd. Vroeger bestond bouwvoorbereiding uit het creëren van een kale vlakte, waarop de architect samen met de aannemer dan zijn gang ging. Nu kijkt men eerst wat er is en probeert dat zo veel mogelijk te behouden en integreren in het nieuwe. In één van die duurzame wijken in Ede staat een kunstwerk waarbij het geluid van de voorbij vliegende vleermuizen wordt vertaald in lichtschalen. Hier vindt een omkeer plaats van de werkelijkheid. Eerst kijken wat er is, sociaal en ecologisch, dat behouden en daar om heen ontwerpen, dat is organisch, nieuw ontwerpen.
De metafoor van de voorbije tijd was de machine. De metafoor van de nieuwe tijd is het biotoop. Wat kan gedijen in bepaalde omstandigheden en vervolgens handelen we met respect voor die omstandigheden.
Natuurverbindingen met kwaliteit: Een voorbeeld in eigen land is de Ecologische Hoofd structuur (EHS) waarin behoud van biodiversiteit een speerpunt is. In Johannesburg was biodiversiteit ook één van de kernthema's. In de EHS willen we de habitats en biotopen van andere soorten handhaven. De EHS wil aders daartussen vormen. De kwaliteit van de verbindingen bepaalt mede de duurzame ontwikkeling van soorten.
Bundeling van betrokken burgers: de niet-gouvernementele organisaties ( NGO's) zijn typerend voor de nieuwe wereldorde.De laatste decennia komen steeds meer organisaties op die zich bezig houden met de kwaliteit van verbindingen. In Europa alleen al zijn er zo'n 4600 geregistreerd, die zich bezig houden met sociale en ecologische kwaliteit. Er ontstaat een nieuwe maatschappijconfiguratie.
Er wordt dus op tal van terreinen en manieren geoefend in duurzaamheid. Een onderstroom is ontstaan, die gaandeweg aan de oppervlakte komt. Deze stroom krijgt steeds meer betekenis voor de oriëntatie van mensen.
Er ontstaat anderzijds ook een nieuwe polariteit. De oude polariteit over de inrichting van de maatschappij is grofweg PvdA contra VVD. Dit wordt vervangen door voor en tegen Duurzaamheid.
Eén van de talloze initiatieven is wat hier gebeurt op Stoutenburg. Daarin zitten alle dimensies die met duurzame ontwikkeling te maken hebben: sociaal , ecologisch en economisch in onderling evenwicht en samenhang. Sociaal in de vorm van de communiteit en de verbindingen met de omgeving. Ecologisch door de wijze waarop het landgoed wordt onderhouden en gebruikt voor onder meer biologische productie. Economisch door het conferentiecentrum en de verkoop van producten.
Stoutenburg is nu toe aan een volgende fase van bestaan. Er is hoop dat Stoutenburg ook in een volgende periode een oefenplaats met voorbeeldwerking kan blijven in onze lange tocht naar een duurzame samenleving.
Voorzitter Rikus Kieft: uw verhaal klinkt hoopvol, hoewel duidelijk wordt aangegeven dat duurzame ontwikkeling niet vanzelf gaat. Anderzijds bespeur ik bij u ook een zeker dualisme, hoopvol temidden van een nachtmerrie. Wat blijft je persoonlijk motiveren, wat houd je op de been? Maar ook wil ik graag nog wat meer horen van hoe U tegen Stoutenburg aankijkt. Waar zouden we dingen anders kunnen doen? Hoe kun je op een plek als Stoutenburg verder meewerken aan die duurzame ontwikkeling?
De heer Wijffels: Na mijn pensionering wil ik iets doen in de wereld om te helpen het perspectief van duurzame ontwikkeling te realiseren. Helpen dat perspectief van duurzame ontwikkeling vorm te geven, met name het werken aan de verbetering van de relatie tussen mensen onderling en tussen mens en aarde. Dat is mijn persoonlijke motivatie. Ik vind zoveel bemoediging op allerlei plekken en in allerlei functies en bij allerlei mensen, dat doorgaan niet moeilijk is.
Als de fractalstructuur enige geldigheid heeft, geldt hij ook voor grote en kleine instituten, geldt die ook voor Stoutenburg. Op Stoutenburg wordt hoop waar. Het is een plek in een stedelijke omgeving waar je kunt beleven hoe de nieuwe waarden zich ontwikkelen. Stoutenburg is een voorbeeld hoe je samen kunt leven en hoe je met je omgeving om kunt gaan. Het is belangrijk om dat op meer plekken te realiseren. Ook het Natuurcollege van mevrouw Irene von Lippe draagt hier bijvoorbeeld aan bij. In de SER en in sommige landbouwprojecten probeert men daar zeker ook vorm aan te geven. Stoutenburg is een plek waar de hoop zichtbaar gemaakt wordt. Stoutenburg is een voorbeeld waar studie en bezinningsactiviteiten kunnen plaatsvinden en waar nieuwe waarden tot ontwikkeling kunnen komen. Wat dat betreft vond ik een heel interessante passage in de toegezonden stukken.
Voor een nieuwe tuin op Stoutenburg leven verschillende beelden. Dat wordt geconstateerd en vervolgens wordt dan gezegd; we nemen nu geen beslissing over welk beeld bovenaan komt want wat het wordt hangt heel erg af van de tuinman/vrouw die er aan de slag gaat. Dat is nieuw, we zoeken geen mensen bij een vooraf bepaald concept, maar het concept wordt bepaald door de mensen die er mee aan de gang gaan.
Belangrijk punt voor mij is als Stoutenburg ook een plek voor jonge mensen zou kunnen zijn. De notie van vooruitgang betekent immers dat volgende generaties het beter doen! In het Natuurcollege wordt daarom veel aandacht besteed aan kinderen.
Vraag: Hoe ontwikkelt zich de structuur van de productie en distributie van duurzame energie?
De heer Wijffels: Het gaat hierbij om de opwekking. Energie van de zon - zonnepanelen bijvoorbeeld- gaat nu nog mondjesmaat. Het is duur. Over 30 jaar schat ik dat de energiesector er uit ziet als internet. Pc's die wereldwijd verbonden zijn en communiceren. Ook zie ik grote mogelijkheden voor waterstof als brandstof weggelegd over niet al te lange tijd. Spannend is dat de ondernemingstructuur niet langer de opwekkingstructuur volgt. Steeds grotere bedrijven zien zich voor de taak gesteld om uit de vele kleinschalige productielocaties, die soms ook verbruikers zijn, een fluïde netwerk met flexibele capaciteiten en retenties te vormen.
Vraag: Wat is de betekenis van duurzaamheid in religieuze en morele zin?
De heer Wijffels: Op het morele niveau zie je een nieuw opkomend waardepatroon. Het wordt geen religie, maar veel meer individuele spiritualiteit. In de geschiedenis gezien waren in het begin van de 20e eeuw NGO's gericht op groepen individuen, arbeiders, vrouwen, katholieken. Sinds de jaren '60 wordt deelname aan een NGO individueler. Het gaat om individuele bewustwording. Er ontstaat een heel andere verhouding met de grote van boven opgelegde zingevingsinstituten. Uit dit zelfonderzoek ontwikkelen zich nieuwe waardepatronen, waarbij onder andere wordt gekeken naar de zin van het bestaan voor mijzelf, maar ook voor anderen.
Het nieuwe waardepatroon komt voort uit die oefening in zelfonderzoek en is niet meer van boven opgelegd. Het nieuwe waardepatroon ontstaat van onderaf. Ook in organisaties zie je deze ontwikkeling. Organisaties zijn geen van boven gestuurde hiërarchische structuren meer, maar netwerken waarin ieder zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. Dit vraagt andere vormen van solidariteit. Vroeger zagen de verhoudingen in de maatschappij er uit als een driehoek. Tegenwoordig is het een netwerk. De NGO's zijn een belangrijke morele gewetensrol in de samenleving gaan spelen, meer dan de kerk.
Vraag: Waarom neemt de politiek hierin niet het voortouw?
De heer Wijffels: In mijn ervaring is politiek in dit soort omstandigheden eerder volgend dan leidend. Dat is ook de natuurlijke positie van de politiek, codificeren, niet voorop lopen en oplossen. Maatschappelijke vernieuwing en duurzame ontwikkeling komt uit de burgers zelf. Hoofden en bestuurders van de oude structuren zijn systeemmanagers en handelen volgens de coördinaten van de oude orde. De oppositie ook. Ook de PvdA zit in de verdediging om te houden wat is. Bedrijven doen dat ook. Volgens de chaostheorie worden oude systemen vaak nog krampachtig in stand gehouden terwijl ze aan het verbrokkelen zijn. Er worden doelen gesteld en er wordt afgerekend. Het voorbeeld wordt genoemd van de politie die meer verbalen moet gaan opmaken. Dit terwijl veiligheid door mensen onderling moet worden gecreëerd door verbondenheid in het samen leven. Het kan niet worden gedelegeerd aan een verbalenmachine.
Elles (lid van de communiteit) benadrukt dat op Stoutenburg leven in verbondenheid met boven, beneden en elkaar centraal staat, maar, vraagt zij, hoe gaat dat in de voorbeelden die Wijffels noemde. Bij waterschappen bijvoorbeeld?
De heer Wijffels: Het gaat altijd om mensen die door observatie en zelf doorleven tot de conclusie zijn gekomen dat de huidige weg dood loopt. Zij beginnen op hun plek in hun organisatie het nieuwe denken tot stand te laten komen. Een voorbeeld is gebiedsgerichte ontwikkelingsplanologie. Vroeger was planologie iets, waarbij mensen in Den Haag achter bureaus met kaarten plannen voor de inrichting van een omgeving maakten. Nu gaat men naar de mensen toe wiens woon- en werkomgeving in dat gebied liggen. Zij krijgen verantwoordelijkheid en er wordt van onder op beleid gemaakt. Weliswaar van boven gestuurd, maar toch. Dit is een omkering. Ik heb hier uitzicht op het kruis dat daar achter in deze zaal hangt. Dit is een fantastisch symbool van het nieuwe denken. Dat moeten we vormgeven en vele Stoutenburgen samen veranderen de wereld. Mevrouw von Lippe vult aan, dat je dan wel moet bedenken dat je zelf de basis van het kruis, het kruispunt bent.
Vraag: Zoals we hier zitten zijn we een exclusief gezelschap dat kan denken in strategieën en beleid. Veel mensen leven echter met een persoonlijke angst voor de toekomst. Soms veroorzaakt door de manier waarop ze moeten samen leven. Wat moeten deze mensen met duurzame ontwikkeling? Moeten we ze niet eerst gerust stellen, verheffen en van hun angst ontdoen? Een mens die bang is kan niet bij zijn kwaliteit komen.
De heer Wijffels: Het kan nooit volgtijdelijk zijn, het moet parallel lopen. Veel mensen zijn bang, omdat deze notie hun levensstijl bedreigt. Het is de reactie van Bush op Kyoto. Je kan niet eerst iedereen geruststellen en dan pas aan de slag gaan. Er is altijd weerstand die voortvloeit uit angst. Angst kun je overwinnen. De WTO conferentie in Mexico, Cancun heeft laten zien dat de groep van ontwikkelingslanden die angst heeft overwonnen. Zij stelden dat ze serieus genomen wilden worden. Hoewel de Westerse lezing van Cancun is dat de conferentie mislukt is, zal dit later blijken een markant punt in de geschiedenis te zijn. Het is van nu af aan een 2-zijdige act. Er komt een evenwichtiger, meer verantwoorde vorm van globalisering. Kenmerkend voor de nieuwe orde is bijvoorbeeld dat India geen ontwikkelingshulp meer wil van het rijke Westen.
Vraag: Er is het beeld geschetst van het einde van een tijdperk. We zitten in de overgang naar een nieuw tijdperk. Hoe staat de heer Wijffels daar persoonlijk in en hoe is zijn transitie van de Rabobank tot waar hij nu staat tot stand gekomen?
De heer Wijffels: Het verliep op een organische manier. Mijn huidige opvattingen zijn in belangrijk mate terug te voeren op mijn vroegere verantwoordelijkheid voor de balans van de Rabobank. Slechte financieringen in sectoren van de maatschappij kunnen niet bij een bank. Vanuit die verantwoordelijkheid realiseerde ik mij, op basis van de signalen uit de milieu beweging, dat de rol van de Rabobank zou veranderen van ongelimiteerd financieren van de landbouwsector naar een instrument van ontwikkeling naar duurzaamheid. Anderzijds kon ik de mensen aan wie financieringen waren verstrekt niet van de ene dag op de andere in de steek laten. Deze transitie, die nog lang niet voltooid is, heb ik van nabij meegemaakt in de landbouwsector. De consequentie daarvan heb ik genomen. Ik heb mij toen voorgenomen om me na mijn pensionering ten volle in te zetten voor duurzame ontwikkeling.
Overgenomen uit www.stoutenburg.nl/publikaties