Een spirituele benadering van het stikstofprobleem 


John van Schaik

Inleiding

Een van de hete hangijzers in Nederland en Vlaanderen – en elders – is al jarenlang het stikstofprobleem. Kort gezegd: we hebben teveel koeien en varkens die teveel mest produceren waardoor er teveel stikstof wordt uitgestoten. De kern van het probleem is dat we dit willen oplossen met technische maatregelen: mestvergisters, waterwassers, kalenderdeadlines.

Dat zal de zaak niet oplossen want het is precies dit soort van technisch denken dat de problemen heeft veroorzaakt. Maar stel je nu eens voor dat we het stikstofprobleem – en andere klimaat en milieuproblemen – heel anders benaderen: niet technisch maar spiritueel.

In dit artikel presenteer ik een aantal spirituele benaderingen doorheen de geschiedenis. Centraal in deze benaderingen is dat er géén onderscheid wordt gemaakt tussen geest en stof (monisme) zoals dat in de technische benadering wel het geval is (dualisme).

In de technische benadering gaat men er van uit dat er alleen maar materie is terwijl in de benaderingen die in dit artikel worden gepresenteerd men er van uit gaat dat er geest in de materie is.

Ik begin met een aantal opvattingen die te vinden zijn in het traditionele christelijke discours: de oosters-orthodoxe spiritualiteit, Franciscus van Assisi en de encycliek Laudato Si van paus Franciscus zaliger. Daarna presenteer ik een aantal niet-traditioneel christelijke stromingen die kunnen worden samengevat onder de noemer van de natuurfilosofie, zoals de alchemie, het vitalisme en de antroposofie.

Het oosters-orthodoxe christendom

In het oosters-orthodoxe christendom is het altijd vanzelfsprekend geweest dat het goddelijke op de een of andere manier tegenwoordig is in de schepping. Dat begint al bij de Alexandrijnse kerkvader Origenes (ca.185-253) en gaat tot aan de huidige patriarch Bartholomeus. Men noemt de aanwezigheid van Christus in de schepselen de logoi in ieder schepsel, de deeltjes van de Logos die vorm en leven geven aan al het geschapene. Dat is naar de proloog van het Johannesevangelie in de Bijbel:

In het begin was de Logos (het Woord) en de Logos was bij God en de Logos was God.

Dit was in het begin bij God. Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen.

(Joh, 1:1)

Funderend voor de opvatting dat al het geschapene (= hemelen, engelen, aarde en mensen) doortrokken is van de logoi zijn de woestijnvader Evagrius Pontus (Ibora aan de Zwarte Zee 345 - Kellia, Egypte 399) en de monnik/theoloog Maximus Confessor (Constantinopol 580 – Tsageri, Georgië 662). Evagrius schrijft bijvoorbeeld:

De kennis (gnosis) van de vier [elementen] is kennis van de logoi van de schepselen…. (Kephalaia Gnostika, I,19)

Door middel van deugdenbeoefening en contemplatie op de natuur vinden we het goddelijke in de geschapen dingen. Evagrius noemt dat de logoi. In alle dingen is een 'deeltje' van de Logos (= de schepper) ingeschapen. Juist daardoor verlangen alle schepselen terug naar de oorspronkelijke eenheid.

Maximus Confessor beschrijft dat de mens een kosmische taak heeft om de schepping verder te voeren naar de toekomstige eenheid. Dat is de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. De mens kan dit omdat de mens het enige schepsel is dat tussen hemel en aarde in staat en derhalve de scheiding tussen hemel en aarde kan opheffen:

… de mens verenigt door liefde de geschapen natuur met de ongeschapen natuur, tonend dat de beide één zijn … en het Al volledig doordrongen is door God en God wordend… (Ambiguum 41)

De mens doet dit in navolging van Christus die immers als eerste zijn aardse lichaam trans-substantieerde tot het opstandingslichaam. Met de opstanding is de substantie van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde begonnen. De voormalige paus Benedictus noemt het in zijn Jezustrilogie een 'mutatiesprong in de materie' (deel II, blz.144).

Christus is de 'Redder van de wereld' (Joh.4:42, 1Joh.4:14). In het Latijn is dat: Salvator Mundi en in het Grieks: soter tou kosmou.

Dit kosmologische perspectief is in het westerse christendom nagenoeg verloren geraakt.
Wij zijn gewend om te denken dat Christus er voornamelijk voor de verlossing is van onze zonden.

Franciscus van Assisi

In het westerse christendom vinden we de beleving dat God in zijn schepping is onder meer bij Franciscus van Assisi (1181-1226). In het Gedenkschrift door Thomas de Celano (ca.1185-ca.1265) schrijft De Celano over Franciscus:

Met een ongehoorde toegewijde liefde sloot hij alles in zijn armen. Hij sprak ermee over de Heer en spoorde het aan Hem te prijzen …. Als de broeders hout moesten hakken, verbood hij hun de bomen helemaal om te hakken zodat hij de kans had opnieuw uit te lopen. Hij beval de tuinman de randen van de tuin niet te spitten zodat het groen van het onkruid en de schoonheid van de bloemen ervan in het juiste seizoen de heerlijkheid van de Vader van alles konden vertegenwoordigen…. (hfd.124)

Het resultaat van een dergelijke liefdevolle benadering van de schepping is het onovertroffen Zonnelied van Franciscus waarin onder meer staat:

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster, moeder aarde, die ons voedt en leidt, en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.

Laudato Si

In 2015 schrijft paus Franciscus (gest. 2025) zijn encycliek Laudato Si. Laudato Si (Wees geprezen) zijn de beginwoorden van de refreinen van het Zonnelied van Franciscus van Assisi. Paus Franciscus heeft zich ook laten inspireren door de oosters-orthodoxe spiritualiteit.

De paus schrijft dat sinds de kruisdood en opstanding het goddelijke – Christus zelf – in de schepping kan worden gevonden. De paus schrijft onder meer:

Zo doen de schepselen van deze wereld zich aan ons niet meer voor als een puur natuurlijke werkelijkheid, omdat de verrezen Heer ze op mysterieuze wijze omgeeft en richt op een bestemming van volheid. Dezelfde bloemen op het veld en de vogels die Hij verwonderd zag met zijn menselijke ogen, zijn nu vol van zijn lichtende tegenwoordigheid. (nr.100)

Nemen we dit letterlijk dan staat er dat in spinazie, boontjes, koeien en varkens het licht van de opgestane Christus op een mysterieuze manier aanwezig is. Dat is een tamelijk radicale uitspraak van de paus omdat wij in het Westen gewend zijn de aarde te zien als een soort van materie-bal die toevallig ergens in een oneindig heelal rondstuitert.

De alchemie

Naast het traditionele christendom zijn er in de geschiedenis nog talloze niet-traditionele bewegingen en filosofieën geweest die in de geschiedschrijving vaak stiefmoederlijk worden behandeld, zo niet min of meer belachelijk worden gemaakt. Meestal ten onrechte en uit onwetendheid. Zoals het geval is met de alchemie die van de veertiende tot achttiende eeuw floreerde.

De alchemie is ten diepste christelijk én ten diepste wetenschappelijk (volgens de toenmalige normen). De Duitse alchemist-mysticus Jacob Böhme (1575-1624) schrijft in zijn hoofdwerk uit 1612 Morgenrood in opgang, of ook Aurora getiteld:

Gij moet echter uw zin in de geest verheffen en de gehele Natuur beschouwen/met alle krachten/die in de Natuur zijn/en ook de hoge, diepe en wijde hemel/aarde en alles wat daarin is/en boven de hemel/het lichaam van God is; en de krachten van de sterren zijn de bronaderen van het Natuurlijke lichaam van God in deze wereld. (Aurora, Het tweede hoofdstuk)

Dus: wanneer je in de geest verlicht bent, kun je het goddelijke in de natuur waarnemen.

De gehele schepping (de natuur en de hemel) is het lichaam van God. In een ander alchemistisch werk van de Duitse Benedictijnce monnik Basilius Valentinus (vijftiende eeuw) met de titel Ein kurtz summarischer Tractat, von dem grossen Stein der Uralten lezen we dat de aarde bezield is en leeft dankzij de levensgeest:

De verkwikkende kracht van de aarde brengt alle dingen voort die van haar groeien, en hij die zegt dat de aarde geen leven heeft maakt een bewering die volkomen in tegenstelling is tot de meest gewone feiten. Want wat dood is kan geen leven en groei voortbrengen, omdat het ontbreekt aan de verkwikkende geest. Deze geest is het leven en de ziel in de aarde, die wordt gevoed door hemelse en astrale invloeden. Want alle kruiden, bomen en wortelen, en alle metalen en mineralen ontvangen hun groei en voeding van de geest der aarde, die de levensgeest is.

Deze geest zelf wordt gevoed door de sterren, en heeft daarbij het vermogen om voeding te geven aan alle dingen die groeien, en hen voedt als een moeder zoals bij een zwangere vrouw die haar kind voedt in de buik. De mineralen zijn verborgen in de buik van de aarde, en worden door haar gevoed met de geest die ze ontvangt van boven. Aldus wordt de groeikracht waarvan ik spreek niet door de aarde voortgebracht, maar door de levengevende geest die er in is.

Zou het de aarde ontbreken aan deze geest, dan zou ze dood zijn, en niet langer in staat voeding te geven aan wat dan ook. Want haar Sulphur of rijkdom zou het ontbreken aan de verkwikkende geest zonder welke er geen leven noch groei kan zijn.

(in Engelse vertaling Arthur Edmund Waite, The Hermetic Museum, vol. 1, IX, 1893).

Die levensgeest is verborgen in al het levende als de quinta essencia van Aristoteles.

Het is de Logos die het leven is. De levenskern van alle dingen wordt in de alchemie vaak Lapis Philosophorum (Steen der Wijzen) genoemd die in het alchemistische proces wordt gevonden. Dat is Christus.

In het geschrift Wasserstein der Weysen, das ist, ein chymisch Tractätlein, darin der Weg gezeiget, die Materia genennet … (17e eeuw) is de Lapis Philosophorum het aardse prototype van Christus als de hemelse hoeksteen:

Om welke reden brengt u de kostbare, gezegende en hemelse steen in verband – aangezien deze zo kundig overeenkomt – met de bovengenoemde aardse, lichamelijke en filosofische steen; hetgeen hier zal worden aangetoond vanaf haar ontstaan en de beschrijving van beide, en de ene zal worden vergeleken met de andere. Daaruit zal geweten en gezien worden hoe de aardse filosofische steen in volledige harmonie zal komen met het prototype van de ware, spirituele en hemelse steen van Jezus Christus, waarin Hij door God aan ons wordt gepresenteerd op een lichamelijke wijze en wordt gezien in een onzichtbare vorm (Waite, The Hermetic Museum, vol. 1, III)

In de zichtbare filosofische steen is de hemelse steen – Christus – verborgen aanwezig en aldus zichtbaar. Het alchemistische proces is het tot opstanding brengen van Christus in de materie zodat de materie getranssubstantieerd wordt naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Volgens de alchemisten is het hun taak om de schepping te vervolmaken.

Dat bedoelt Paulus misschien met 'de schepping verkeert in barensnood en is in afwachting van de kinderen Gods' (Rom.8:18-22).

Het vitalisme

Eén der meest markante vertegenwoordigers van de beweging van het vitalisme vanaf de zeventiende eeuw is de Duitse chemicus Justus von Liebig (1803-1873).

Een andere – haast vergeten – vertegenwoordiger is de Franse filosoof Henry Bergson (1859-1941) die in zijn studie De creatieve evolutie (1907) het begrip l'élan vital ontwikkelt als een geheimzinnige kracht die al het leven doortrekt.

Onder vitalisme verstaan we de opvatting dat de aarde vitaal is, levend is.

Justus von Liebig is de 'uitvinder' van de kunstmest. In zijn jonge jaren maakte hij korte metten met de idee dat er in de schepping levenskracht werkt. Dat is onwetenschappelijk gezwets van geestrijke mannen (geistreichsten Männern) zei hij, waarmee hij onder meer de alchemisten bedoelde. In de humus van de aarde vinden we niets anders dan chemische stoffen:

De vaardigheid metamorfosen van stoffen te bewerkstelligen behoort niet aan de levenskracht, ze gaan vanzelf… ten gevolge van chemische processen. (Die organische Chemie, blz. 53)

Weet men eenmaal wat de stoffen zijn die in de humus of excrementen zitten – en precies dat is de taak van de chemicus – dan maakt het niet uit in welke vorm die stoffen aan de plant worden gegeven zegt Liebig:

Als principe voor de akkerbouw moeten we beschouwen dat de bodem volledig moet terug worden gegeven wat haar is ontnomen. In welke vorm dat gebeurt – in de vorm van excrementen, of van beenderas – dat is volkomen om het even. Er zal een tijd komen dat men de akker met een oplossing van waterglas (kiezelzure kali), met de as van verbrand stro zal bemesten, of met fosforzure zouten (fosfaat) die men in chemische fabrieken maakt. (Die organische Chemie, blz. 167)

Ziehier de geboorte van kunstmest! Maar dan gebeurt er iets vreemds met Von Liebig. Nauwelijks is hij in 1861 benoemd tot president van de Duitse Koninklijke Academie van Wetenschappen of hij bekeert zich.

Na zijn bekering schrijft hij in een boekje met de titel Es ist ja dies die Spitze meines Lebens (in het Nederlands vertaalt als De zoektocht naar kringlooplandbouw) onder meer het volgende:

[…] Deze bovenste laag teelaarde (Dammerde of humus) is in staat om alle voedingsstoffen te verzamelen en vast te houden; het vormt aldus de levensvoorwaarde voor de planten. De planten bezitten niet zoals de dieren speciale organen waarmee voedsel wordt opgeslagen en verteerd; deze voorbereiding van het voedsel legt een andere wetmatigheid in de vruchtbare aarde zelf. Daarmee vergelijkbaar is de functie van de maag en de ingewanden bij de dieren (De zoektocht, blz. 18).

De humuslaag is kortom de maag van de planten. Hoe mooi is dat!
Jammer genoeg is de kunstmest-geest dan al uit de fles.

De antroposofie

Ook voor de stichter van de antroposofie, Rudolf Steiner (1861-1925), is het vanzelfsprekend dat het dat goddelijke in de schepping is te vinden. Doorheen zijn enorme oeuvre vinden we dit telkens weer terug.

Volgens Steiner zijn 'het materiële en het geestelijke niet te scheiden' (GA200, 7 december 1921). In zijn vroege werk De weg tot inzicht in hogere werelden beschrijft hij hoe je moet mediteren: Men richt zijn aandacht op de processen van groei en verwelken in de natuur.

Het mediteren op deze processen vormt het gevoels- en gedachtenleven. Men mediteert op een zaadkorrel, op een plant of op een toon waardoor het 'innerlijke Woord' (van de schepselen) wordt gewekt. Het goddelijke wordt gevonden in de zichtbare wereld:

'De wereld is in al haar verschijningsvormen vervuld van goddelijke heerlijkheid, maar we moeten het goddelijke eerst in onze eigen ziel hebben beleefd voordat we het in onze omgeving kunnen vinden'. (hoofdstuk Voorwaarden, blz. 27).

'Men moet het goddelijke eerst in de eigen ziel hebben beleefd' om het in de zintuigwereld te vinden' , schrijft Rudolf Steiner. Dat betekent dat men moet mediteren en aan contemplatie moet doen om het goddelijke ook in de zintuigwereld te vinden.

Had de Duitse filosoof Emmanuel Kant (1724-1804) dit nu maar geweten. Want zijn beroemde idee dat het wezen der dingen (ding-an-sich) niét is te kennen, is niets anders dan het goddelijke of de logoi in ieder schepsel.

Omdat er in de antroposofie sprake is van monisme is het logisch dat Steiner zich heeft bezig gehouden met de landbouw. In 1924 geeft hij op verzoek van een aantal herenboeren die zich zorgen maakten over het toenemende kunstmestgebruik, een cursus die de 'biologisch-dynamische landbouwmethode' is gaan heten. Afgekort BD-landbouw of 'biodynamische landbouw'.

Kort gezegd komt de BD-landbouw neer op vier principes:

1. Het verzorgen van een vitale humuslaag van de aarde door middel van vercomposteerde mest. Net zoals het latere inzicht van Justus von Liebig.

2. Het dynamiseren van de bodem, de planten, de melk etc. door het activeren van de planeteninvloeden op de aarde. Net zoals in het alchemistische traktaat van Basilius Valentinus hierboven.

3. Het vermogen van een boer om op een meditatieve manier zijn werk te doen. Net zoals Franciscus van Assisi.

4. De idee van de 'bedrijfsindividualiteit'. Dat is het kringloopbedrijf.

De 'lichtende tegenwoordigheid' en stikstof

Hoe zou de landbouw er uit zien wanneer we met een dergelijke spirituele houding landbouw zouden bedrijven? Dat een boer a la Franciscus tegen zijn koeien zou zeggen:

'ik omarm je, wat heb je nodig?' Of dat een akkerbouwer aan zijn spinazie vraagt 'hoeveel licht bevat je'? De spinazie zou waarschijnlijk zeggen: 'ik heb nauwelijks nog licht want ik zit vol kunstmest en pesticiden!' En de koe zou waarschijnlijk zeggen: 'Ik krijg helemaal de kans niet om de Heer te prijzen, want ik ben ernstig aan de diarree!'

Dat de koeien massaal en permanent aan de diarree zijn komt omdat ze verkeerde voeding krijgen. De koe zou zeggen: 'ik wil hooi, geen soja uit Brazilië, want van soja krijg ik diarree.

Ik wil klaver, geen maiskuil want ook dat kan ik niet goed verteren. Weliswaar geef ik dan veel melk maar ik ben daar permanent ziek van. Jullie mensen noemen mijn diarree mest waar geweldig veel stikstof uit vrij komt en waar jullie regeringen over laten vallen'.

Zo zou de koe misschien spreken! Eigenlijk is het stikstofprobleem dus een voedingsprobleem en is effectief makkelijk op te lossen: geef de koe wat zij kan verteren.

Dat is droogvoer, voornamelijk (kunstmestvrij) hooi. De magen van de koe zijn toegerust om hooi te verteren waardoor je stevige mest krijgt die zoetig geurt.

Het 'nadeel' is dat de koe minder melk geeft dan de soja-koe. Daar staat tegenover dat de koe twee keer langer leeft omdat zij gezonder is. En – niet te vergeten – de melk is van een betere kwaliteit. En als die mest ook nog wordt vercomposteerd op een mesthoop is er nauwelijks stikstofemissie.

Bovendien maakt gecomposteerde mest de humuslaag van de aarde vruchtbaar. Zo geef je de aarde terug wat je haar eerst hebt ontnomen.

In plaats van de aarde letterlijk te verstikken met stikstof zoals in de technische benadering, werkt de biologische landbouw aan de toekomstige aarde. De biologisch-dynamische landbouw doet daar nog een schepje bovenop door middel van het activeren van kosmische krachten.


John van Schaik (1956) werkte als boerenknecht, volgde de middelbare biologisch-dynamische opleiding in Nederland en werkte vijftien jaar in de verslavingszorg.

Zijn doctoraal ging over de mysticus Jan van Ruusbroec. Hij promoveerde op het godsbeeld van de middeleeuwse katharen en de laat-antieke manicheeërs en heeft vele publicaties op zijn naam over onder meer het buitenkerkelijke christendom. Hij woont in België.

© Margarete van den Brink 2007-2026 - www.margaretevandenbrink.nl

 

naar boven